|
Verzorging Ervaring: beginnende slangenhouder Voedsel: Levende of dode prooidieren. Voornaamst gegeven prooidieren zijn muizen en ratten. Voeren volwassene: om de 14 dagen Voeren jong: Om de 7 dagen Waterbak: Ja Water verversen: 1 keer in de week Voeding
Er is de keus om de prooidieren levend of dood aan te bieden. Het is aan te raden om dood voer aan te bieden. Dit is namelijk praktischer en voorkomt dat het voedseldier uw slang verwondt. Daarbij wordt geadviseerd om het voedseldier aan te bieden met een voedertang en uw slang te voeren buiten het verblijf. Dit zorgt er namelijk voor dat uw hand niet geassocieerd wordt met voedsel en voorkomt dat uw slang naar uw hand grijpt tijdens het voeren. Indien u toch voor levend voedsel gaat, moet u toezicht houden tijdens het voeren. Het prooidier kan namelijk ook de slang verwonden. Indien u meerdere pythons bij elkaar houdt voer ze dan apart, het kan namelijk gebeuren dat de slangen elkaar verwonden tijdens het voeren. Het ideale prooidier is ongeveer even wijd als het wijdste gedeelte van de slang.
Water De konings python heeft een middelgrote waterbak nodig, dit niet omdat ze erin liggen maar omdat ze veel water in een keer drinken. Ververs het water als het water op is of wanneer het water vies is geworden.
Schoonmaak het schoonmaken doe je gemiddeld 1 keer per week en vooral in de dagen na het voeren, dus hoe meer je voert hoe vaker je schoon moet maken. Dus bij jonge dieren zul je vaker schoon maken dan bij volwassen dieren. Het best advies is dan ook ontlasting te verwijderen zodra je het ziet.
Hanteren Om de konings python te voeren en het verblijf schoon te maken zal u de slang moeten hanteren. Als uw slang hanteert gebruik dan een slangenhaak of til het met twee handen op. Hang uw slang niet om uw nek, dit is omdat als de slang valt die zich straks zal klemmen om uw nek. Er zijn wat belangrijke dingen waar je op moet letten als je een python hanteert. Zorg er als eerst voor dat uw slang door heeft dat je hem gaat hanteren en beweeg rustig als je hem hanteert. Zorg er ook voor dat uw handen gewassen zijn en niet naar voer ruiken. Tot slot: hanteer uw slang niet wanneer die aan het vervellen is en hanteer hem niet als het dier net gegeten heeft of 3 dagen daarna.
|